Refeeding syndroom: dit gebeurt er als je lichaam weer voeding krijgt

Herstel je van een periode van weinig eten door ziekte, een operatie of hoge leeftijd? Overleg dan altijd met een arts of diëtist voordat je de voeding weer opbouwt. Zij bepalen samen met jou een veilig tempo, afgestemd op jouw situatie.

Het refeeding syndroom klinkt onschuldig, maar is dat allerminst. Dit gevaarlijke proces kan ontstaan wanneer je lichaam na een periode van te weinig eten plotseling weer volop voeding krijgt. Je zou verwachten dat extra voeding alleen maar goed nieuws is. Toch reageert een uitgehongerd lichaam soms juist heftig op die verandering. Daardoor is voorzichtig opbouwen cruciaal, zeker bij mensen die al langere tijd nauwelijks aten. In dit artikel lees je daarom wat het refeeding syndroom precies inhoudt en hoe je veilig weer op krachten komt.

Wat is het refeeding syndroom precies?

Het refeeding syndroom is een plotselinge verschuiving van mineralen in je bloed. Die verschuiving ontstaat zodra voeding na een periode van vasten of ondervoeding weer op gang komt. Vooral fosfaat, kalium en magnesium dalen dan snel. Bovendien kan er een tekort aan vitamine B1 ontstaan, ook wel thiamine genoemd. Dit tekort raakt onder meer je hart, je zenuwen en je spieren, omdat deze organen veel energie verbruiken.

Een langere periode van weinig eten zet je lichaam namelijk in de spaarstand. Je stofwisseling vertraagt en je lichaam verbrandt voorzichtig vet en spieren als brandstof. Zodra je weer volop eet, schiet de insulineafgifte omhoog. Daardoor stromen mineralen razendsnel van je bloed naar je cellen. Dat klinkt gunstig, maar het zorgt juist voor een tekort in je bloedbaan. Kortom, precies de voeding die je lichaam nodig heeft, kan tijdelijk voor problemen zorgen.

Bij wie speelt dit risico een rol?

Niet iedereen loopt hetzelfde risico op het refeeding syndroom. Vooral mensen met langdurige ondervoeding zijn kwetsbaar. Ook een lage BMI of fors onbedoeld gewichtsverlies vergroot de kans. Denk bijvoorbeeld aan de volgende groepen:

  • Ouderen die wekenlang nauwelijks hebben gegeten
  • Mensen die net een grote operatie achter de rug hebben
  • Mensen die langere tijd hebben gevast of nauwelijks konden eten door ziekte
  • Mensen met overmatig alcoholgebruik in het verleden
  • Mensen met chronische darm-, lever- of nierklachten

Gebruik je medicijnen die de opname van voedingsstoffen beïnvloeden? Dan is extra oplettendheid eveneens verstandig. Overleg daarom in al deze situaties op tijd met een arts of diëtist, ook als het herstel voorspoedig lijkt te gaan.

Zo bouwt je lichaam veilig weer op

Een arts of diëtist bouwt de voeding daarom altijd stap voor stap op. Meestal begint dat met slechts een klein deel van de energiebehoefte. Vervolgens gaat de hoeveelheid geleidelijk omhoog, verspreid over enkele dagen. Ondertussen controleren zorgverleners de mineralen in het bloed regelmatig. Zo grijpen ze snel in zodra een waarde te veel daalt. Ook vitamine B1 krijg je vaak al vóór de eerste hap extra voeding, als voorzorg tegen tekorten.

Diëtist tip. Ga nooit op eigen houtje fors meer eten na een periode van weinig eten. Bouw je voeding samen met een arts of diëtist rustig op, ook als de honger groot is. Die paar dagen extra geduld beschermen je hart en je spieren.

Welke signalen vragen om extra aandacht?

Tijdens het opbouwen van je voeding let je best op een aantal signalen. Deze klachten kunnen namelijk wijzen op het refeeding syndroom:

  • Ongewone vermoeidheid of spierzwakte
  • Een onregelmatige of snelle hartslag
  • Verwardheid of duizeligheid
  • Tintelingen in armen of benen
  • Kortademigheid of vasthouden van vocht

Merk je een of meerdere van deze klachten bij jezelf of een naaste tijdens het herstel? Neem dan meteen contact op met de behandelend arts of diëtist. Op tijd ingrijpen voorkomt namelijk vaak ernstigere gevolgen, terwijl je met een kleine aanpassing vaak al veel bereikt.

Wat betekent dit voor je dagelijkse voeding?

Herstel je van ondervoeding, dan telt vooral voldoende eiwit, energie en vocht. Denk aan zuivel, ei, vlees, vis of peulvruchten bij elke maaltijd. Kies je tussendoortjes, ga dan voor voedzame opties zoals volle kwark of een boterham met kaas. Zo krijg je stap voor stap weer genoeg binnen, zonder dat je lichaam wordt overvraagd. Twijfel je over de juiste opbouw? Een diëtist stelt dan een persoonlijk plan samen dat aansluit bij jouw situatie en tempo. Vergeet daarbij niet om ook voldoende te drinken, want vocht speelt eveneens een rol bij een goed herstel.

Het refeeding syndroom laat zien hoe belangrijk een rustige aanpak is bij herstel na ondervoeding. Met de juiste begeleiding voorkom je onnodige risico’s en bouw je veilig weer op. Wil je meer weten over ondervoeding herkennen? Lees dan ook ons artikel over ondervoeding bij ouderen. Voor meer achtergrondinformatie kun je bovendien terecht bij het Voedingscentrum. Ten slotte geldt: bij twijfel overleg je altijd eerst met een arts of diëtist, voordat je zelf iets aanpast.

Tags: