Ondervoeding bij ouderen: zo herken je het op tijd

Dit artikel geeft algemene voorlichting. Heb je klachten, gebruik je medicijnen of val je onbedoeld af? Overleg dan altijd met je huisarts of diëtist.

Ondervoeding bij ouderen komt vaker voor dan veel mensen denken. Meestal merkt de familie het als eerste op. De porties worden kleiner, de broek zit losser en traplopen kost ineens moeite. Kortom: het lichaam krijgt te weinig energie en voedingsstoffen binnen. Daardoor verliest iemand spiermassa en gaat de conditie achteruit.

Wat is ondervoeding bij ouderen precies?

Bij ondervoeding krijgt het lichaam langere tijd te weinig energie of voedingsstoffen. Daardoor daalt het gewicht en werkt het lichaam minder goed. Vooral de spieren nemen in omvang af. Bovendien ontstaat er een tekort aan eiwit, vitamines en mineralen.

Een hardnekkig misverstand: je ziet ondervoeding niet altijd aan de buitenkant. Ook iemand met overgewicht kan ondervoed raken. Het gaat namelijk om de samenstelling van het lichaam, dus niet alleen om het cijfer op de weegschaal.

Hoe ontstaat ondervoeding bij ouderen?

Meestal spelen meerdere factoren tegelijk. Ouderen verbruiken bijvoorbeeld minder energie dan vroeger. Toch blijft hun behoefte aan eiwit, vitamines en mineralen gelijk. Daardoor wordt het lastiger om met kleinere porties alles binnen te krijgen.

  • Lichamelijk: minder eetlust, minder smaak en reuk, gebitsklachten of slikproblemen
  • Praktisch: minder mobiliteit, moeite met boodschappen doen of koken, en vermoeidheid
  • Mentaal: somberheid, angst, rouw of vergeetachtigheid
  • Sociaal: eenzaamheid, een klein netwerk of een krappe beurs
  • Ziekte: kanker, COPD, dementie, parkinson en infecties verhogen de behoefte juist

Ook een ontsteking speelt vaak mee. Bij chronische darmontsteking bijvoorbeeld verbruikt het lichaam extra energie. Daarover lees je meer in ons artikel over colitis ulcerosa en voeding.

Zo herken je ondervoeding bij ouderen

Onbedoeld gewichtsverlies is het duidelijkste signaal. Volgens het Voedingscentrum loopt iemand risico bij 5% ongewenst gewichtsverlies in zes maanden. Ook 10% verlies over een langere periode telt mee. Toch stapt lang niet iedereen regelmatig op de weegschaal.

Let daarom ook op deze aanwijzingen:

  • Kleding, een riem of een ring zit ineens losser
  • Iemand slaat maaltijden over of neemt structureel kleinere porties
  • Eten voelt als een verplichting in plaats van een plezier
  • De vermoeidheid neemt toe en klusjes in huis kosten meer moeite
  • Wondjes genezen trager en een verkoudheid duurt langer

Diëtist tip. Weeg wekelijks op een vast moment, bijvoorbeeld zondagochtend voor het ontbijt. Zo zie je een dalende lijn veel eerder dan met een losse meting.

Waarom ondervoeding bij ouderen zoveel schade doet

Verlies van gewicht betekent bijna altijd verlies van spieren. Daardoor stijgt de kans op vallen en botbreuken. Bovendien werkt het afweersysteem minder goed. Kortom, een klein probleem groeit snel uit tot een groot probleem.

  • Herstel na ziekte of een operatie duurt langer
  • Complicaties na een operatie komen vaker voor
  • Wonden en doorligplekken genezen moeizamer
  • Hart en longen leveren minder capaciteit
  • De kwaliteit van leven daalt merkbaar

Wat helpt tegen ondervoeding bij ouderen?

De aanpak draait om twee dingen: genoeg eiwit en genoeg energie. Daarnaast hoort beweging er onlosmakelijk bij. Zonder prikkel bouwt het lichaam namelijk nauwelijks nieuwe spieren op. Eiwit is het bouwmateriaal, beweging is het startsein.

  • Kies zes kleine eetmomenten in plaats van drie grote maaltijden
  • Voeg op elk moment eiwit toe: zuivel, ei, vis, vlees, peulvruchten of noten
  • Verrijk gewone gerechten, bijvoorbeeld pap met melkpoeder of soep met een scheut room
  • Drink je calorieën als eten niet lukt, bijvoorbeeld volle melk of yoghurtdrank
  • Beweeg dagelijks, al is het een korte wandeling of een oefening op de stoel

Werkt gewone voeding onvoldoende? Dan kan een diëtist eiwit- en energieverrijkte producten inzetten. Denk bijvoorbeeld aan drinkvoeding of extra vitamines. Zo’n keuze maak je toch altijd samen met een arts of diëtist.

Samen eten maakt echt verschil

Gezelschap beïnvloedt de inname sterker dan veel mensen vermoeden. Wie alleen eet, eet doorgaans minder. Nodig daarom regelmatig iemand uit, of sluit aan bij een gezamenlijke maaltijd in de buurt. Bovendien geeft een vast ritme houvast, dus kies elke dag ongeveer dezelfde tijden.

Ook de omgeving telt mee. Dek de tafel netjes, gebruik kleurige borden en zorg voor een lekkere geur in huis. Zulke kleine prikkels wekken de eetlust op. Kortom, smaak en sfeer versterken elkaar.

Wanneer schakel je hulp in?

Twijfel je? Bel dan de huisarts. Die schat de ernst in en verwijst zo nodig door naar een diëtist. Bovendien vergoedt de basisverzekering een aantal uur dieetadvies. Ten slotte geldt: hoe eerder je erbij bent, hoe soepeler het herstel verloopt. Meer achtergrond vind je bij het Voedingscentrum.

Tags: