Stel je voor: je kind kan nog niet z’n veters strikken, maar wél feilloos uitleggen waarom die felgekleurde “choco-raket-bom” ontbijtgranen “gezond” zijn. Want: er staat een sporter op de doos. Tja… welkom in 2026, waar marketing soms harder traint dan jij. 😅
Goed nieuws: de overheid werkt aan een wet die marketing van ongezonde voedingsmiddelen richting kinderen en jongeren (tot 18 jaar) moet inperken. En alsof dat niet genoeg is, ligt er óók een bredere Nederlandse Voedselwet op de tekentafel, die gemeenten meer mogelijkheden geeft om de voedselomgeving gezonder te maken.
Wat komt eraan (in mensentaal)?
Het ministerie van VWS werkt aan een wetsvoorstel met de (best duidelijke) werktitel: Wet tegengaan marketing van ongezonde voedingsmiddelen gericht op kinderen. Het idee: bepaalde marketingtechnieken aanwijzen waarvan onderbouwd is dat ze zich op kinderen richten óf bovenmatig effect hebben op kinderen en jongeren.
De regels zouden worden opgenomen via wijzigingen in de Mediawet 2008 en de Warenwet. Wanneer het precies ingaat? Nog onzeker, mede omdat het kabinet demissionair is en er een formatie loopt. Wel is het plan dat er een openbare consultatie komt, zodat iedereen kan reageren.
Waarom dit logisch is (en niet “betuttelend”)
Kinderen zijn geen mini-volwassenen met een excelletje in hun hoofd. Hun brein is nog volop in aanbouw: impuls remmen, verleiding weerstaan, “nee” zeggen tegen een actie met een glitter-unicorn… dat is gewoon lastiger. 🦄
En marketing werkt. Niet omdat kinderen “zwak” zijn, maar omdat marketing letterlijk gemaakt is om te werken: herhaling, beloning, vrolijke mascottes, influencers, gamification. Combineer dat met een omgeving waar ongezond spul overal op ooghoogte ligt, en je krijgt precies wat VWS zegt: de ongezonde keuze is te vaak de makkelijke keuze.
Maar… wat is dan “ongezond”?
Hier wordt het spannend. Op productniveau is het vaak redelijk te bepalen: we hebben in Nederland de Schijf van Vijf als praktische kapstok (en die wordt in april 2026 vernieuwd).
Maar op aanbiedersniveau (denk: winkels, snackbars, bezorgconcepten) wordt het ingewikkelder. Een zaak kan én salades verkopen én frikandelbroodjes. Wat label je dan precies als “ongezond”? In adviezen wordt daarom gekeken naar een combinatie van criteria, bijvoorbeeld:
- valt het buiten de Schijf van Vijf?
- is het direct klaar voor consumptie (grab & go)?
- is het (ultra)bewerkt?
De juridische uitwerking daarvan moet nog gebeuren. Want ja: “ongezond” roepen is makkelijk, het waterdicht opschrijven is topsport. 😉
Meer macht voor gemeenten: dit kan groot worden
Die bredere Voedselwet is misschien wel de gamechanger. Gemeenten zouden meer knoppen krijgen om aan te draaien, vooral rond plekken waar veel kinderen komen (zoals scholen). Denk aan maatregelen zoals:
- reclame beperken in de openbare ruimte
- prijsstrategieën (gezond aantrekkelijker maken)
- openingstijden of dichtheid van ongezonde aanbieders begrenzen
- leeftijdsgrenzen voor bepaalde producten
- voorlichting en aanpassing van de “mix” in het aanbod
Het doel: een omgeving waarin “gezond” niet voelt als een moeilijke side quest, maar als de standaard. 🥦🔥
Wat kun jij nu al doen (zonder wetboek op tafel)?
Wetten helpen, maar jouw keuken is óók beleid. Drie no-bullshit tips:
- Maak gezond zichtbaar: fruit op de schaal, snackgroenten in het zicht, water binnen handbereik.
- Plan “noodsnacks”: yoghurt, noten, volkoren crackers — zodat de snelste keuze niet automatisch de minst voedzame is.
- Leer “reclame-taal” herkennen: “bron van vezels” kan nog steeds een suikerfeest zijn. Kijk naar het totaalplaatje.
Wil je de gezonde keuze nóg makkelijker maken? Duik in de Maels-recepten (kindproof én lekker), check onze e-books voor praktische meal prep, of snuffel rond op Maels.nl voor meer no-nonsense voeding. 💪😉