Dagmenu 6–7 maanden: welkom in de “hapjes-fase” 🥄🍼
Rond 6 maanden is het zover: alleen borst- en/of flesvoeding is niet meer genoeg. Je baby heeft extra voedingsstoffen nodig en gaat stap voor stap vaste voeding ontdekken. Dat klinkt groots (en soms best spannend), maar het is vooral een leerfase: proeven, oefenen en wennen.
En ja: wat je kind nu leert eten, heeft invloed op later. Niet omdat één broccoli-moment het lot bepaalt, maar omdat variatie in het eerste jaar helpt om smaken en structuren normaal te maken. Minder “beige-only”, meer “hé, dit is ook eten” 😉
Hoeveel moet je baby eten?
De hoeveelheden in een voorbeeld dagmenu zijn richtlijnen. Baby’s zijn geen Excel-sheet. Kijk dus vooral naar signalen: draait je baby het hoofd weg of gaat de mond dicht? Dan zit de tank vol. En dat is oké.
Het doel is een rustig ritme met vaste momenten, waarbij melk nog steeds de basis is, en vaste voeding langzaam wordt opgebouwd.
Voorbeeld dagmenu 6–7 maanden (lekker praktisch)
Zo kan een dag er ongeveer uitzien in deze leeftijd. Gebruik dit als inspiratie, niet als “je moet dit precies zo doen”-schema.
Ontbijt
Borstvoeding óf pap gemaakt van 200 ml opvolgmelk.
Tussendoor
Lauwe thee, vruchtensap of water + een fruithapje. Eventueel al een beetje oefenen met (een korstje) brood.
Lunch
Borstvoeding óf een fles met 200 ml opvolgmelk.
Tussendoor
Een startkoekje of rijstwafel + lauwwarme thee, verdund diksap of water.
Avondeten
3 eetlepels fijngemaakte gekookte groenten + 1 à 2 eetlepels fijngemaakte aardappel of rijst + 1 eetlepel fijngemaakt (gekookt of zacht gebakken) vlees/vis/kip of een half ei.
Voor het slapen
Borstvoeding óf een fles met 200 ml opvolgmelk.
De truc: oefenen met lepel, structuur en herhaling
Een slimme tip uit het dagmenu: geef pap eens van een bord met een lepeltje. Het gaat niet om “netjes eten” (lol), maar om wennen aan die lepel. Je kunt zelfs eerst met een lege lepel oefenen, zodat je baby snapt: dit ding hoort in m’n mond, niet in m’n oor.
En verwacht geen liefde op de eerste hap. Baby’s hebben vaak 5 tot 10 proefmomenten nodig voordat iets “oké” wordt. Dus als bloemkool vandaag een belediging is: morgen weer een poging. Zonder drama, gewoon rustig aanbieden.
Welke smaken zijn fijn om mee te starten?
Begin met zachte smaken. Denk bij fruit aan banaan, peer, meloen en perzik. Bij groenten doen bloemkool, broccoli en worteltjes het vaak goed als eerste kennismaking.
Nog een handige: bied in het begin één soort tegelijk aan. Dan weet je wat je baby ervan vindt (en je buik ook). Als dat goed gaat, kun je daarna combinaties maken. Simpel en overzichtelijk.
Variëren ja, maar met een klein “let op”-hoekje
Variatie is top: wissel af met verschillende groenten, eiwitbronnen en koolhydraten, zodat je baby breed binnenkrijgt wat nodig is. Maar er staat ook een duidelijke richtlijn: geef maximaal 2x per week nitraatrijke groenten, zoals andijvie, rode bietjes, bleekselderij, sla en spinazie.
Klinkt streng, maar het is gewoon een handige grens om aan te houden. De rest van de week: lekker losgaan met andere kleuren groente.
De take-away
6–7 maanden is het startpunt van vaste voeding: melk blijft belangrijk, en hapjes zijn vooral oefenen. Kijk naar je baby, bouw rustig op, en varieer zoveel mogelijk (zonder jezelf gek te maken).
👉 Meer nuchtere voedingstips zonder paniek en perfectie? Check de e-books op Maels.nl en maak het ouderschap nét wat makkelijker (en lekkerder) 🥦💪