Diabetes type 1 vs type 2: hetzelfde einddoel (glucose regelen), compleet andere route. Hier is het nuchtere verschil. 💡
Wat is diabetes type 1 en 2 eigenlijk?
Beide vormen draaien om een te hoge bloedsuiker doordat insuline z’n werk niet (goed) kan doen. Maar de oorzaak verschilt.
Type 1 is een auto-immuunziekte: je afweer valt de insuline-producerende cellen in de alvleesklier aan. Gevolg: bijna geen eigen insuline meer. Komt vaak op jongere leeftijd voor, maar kan op elke leeftijd starten.
Type 2 is vooral een kwestie van insulineresistentie (cellen reageren minder goed op insuline) plus vaak een lagere productie na verloop van tijd. Het hangt samen met leefstijl, erfelijkheid en ouder worden.
Waarom is het belangrijk?
Omdat chronisch hoge glucose je bloedvaten en zenuwen beschadigt. Op de lange termijn verhoogt dat het risico op hart- en vaatziekten, nierschade, oogproblemen en meer. 😬
Het goede nieuws: snappen welk type je hebt betekent gerichter behandelen. Type 1 vraagt altijd om insuline. Type 2 pakt vaak winst met leefstijl (voeding, beweging, slaap, stress) en eventueel medicatie. Minder ruis, betere keuzes.
Hoeveel heb je nodig?
- Insuline (type 1): altijd noodzakelijk; dosering is persoonlijk en wordt afgestemd met je behandelteam. Koolhydraten tellen helpt om de insulinedosis te matchen.
- Leefstijl (type 2): dagelijkse beweging (streef 150 min/week + 2× krachttraining 💪), voldoende slaap en een voedingspatroon met veel vezels en weinig ultrabewerkte producten geven vaak snelle winst.
- Koolhydraten: niet “nul”, wel slim verdelen. Richt op langzame bronnen (vezelrijk) en eet ze bij voorkeur samen met eiwit en vet voor een vlakker glucoseprofiel.
Goede bronnen van stabiele bloedsuiker
- Volkoren granen (havermout, volkoren brood, zilvervliesrijst) – langzame koolhydraten en vezels voor minder pieken.
- Peulvruchten (linzen, kikkererwten, bonen) – combinatie van eiwit + vezel = steady.
- Noten & zaden – weinig koolhydraten, wel verzadigend. Handig als snack.
- Groenten (veel!) – volume, micronutriënten en vezels. Bonus: je bord ziet er meteen gezellig uit 🥦.
- Eiwitbronnen (yoghurt, eieren, vis, tofu) – dempen de glucosepiek van je maaltijd.
Tekort of teveel?
Bij te weinig insuline (vooral type 1, maar kan bij type 2) stijgt je glucose snel. Symptomen: veel dorst, veel plassen, afvallen, vermoeidheid. Onbehandeld kan dat gevaarlijk worden.
Bij teveel insuline/medicatie of te weinig eten kan je hypo krijgen (lage glucose): zweten, trillen, honger, wazig zien. Snel wat snelle koolhydraten (bijv. dextro) en daarna iets langzamer werkends is de standaard noodstap.
Belangrijk: doseringen en diagnose horen bij je arts/diabetesverpleegkundige. Deze blog is nuchtere basiskennis, geen persoonlijk medisch advies.
Type 1 vs type 2 in één oogopslag
- Oorzaak: T1 = auto-immuun → geen/heel weinig insuline. T2 = insulineresistentie + productie neemt af.
- Behandeling: T1 = altijd insuline. T2 = leefstijl eerst, vaak metformine/andere medicatie; soms later ook insuline.
- Start: T1 vaak sneller/acute klachten; T2 sluipt erin en wordt vaak later ontdekt.
- Regie: Beide vragen om glucosemonitoring, slim eten, bewegen en goed slapen. Consistentie wint. 😉
Conclusie 💬
Diabetes type 1 en type 2 lijken qua naam op elkaar, maar zijn biologisch verschillende beesten. Begrijp je het verschil, dan kies je slimmer: bij T1 draait alles om insuline en afstemming met je koolhydraten; bij T2 pak je met leefstijl al veel winst en vullen medicijnen aan waar nodig. Begin klein, wees consequent en meet wat het effect is. Geen drama, wel data. 🔍